Alberto Contador: Tourwinnaar in tranen


 

 
Het was een prachtig beeld zaterdagmiddag: na de spannende tijdrit van de Tour die alle wielerliefhebbers aan de buis ge­kluisterd hield, stond Alberto Contador uitgeput en in tranen op het podium.
 
Alle druk die de weken ervoor op zijn schouders had gelegen, viel met het uitreiken van die ene gele trui van zijn schouders en de emoties werden de 27-jarige Spanjaard even te veel.
 
Want hoewel Alberto Contador afgelopen za­terdag alweer voor de derde keer de Tour de France op zijn naam schreef, was de winst allesbehalve gemakkelijk. Door fy­sie­ke ongemakken was hij zelf iets minder sterk dan vorig jaar en zijn naaste belager, de Luxemburger Andy Schleck was juist een stuk sterker ge­wor­den. Dat mondde uiteindelijk uit in een secondenspel waarbij Contador aan het langste eind trok.
 
‘Als je niet in mijn schoenen staat, weet je niet welk een druk er de afgelopen weken op mijn schouders heeft gelegen’, zei Contador in het interview na afloop van de tijdrit. Van de man die bij Astana enkele miljoenen euro’s per jaar verdient werd eigenlijk gewoon verwacht dat hij de Tour van 2010 wel even op zijn naam zou schrijven. Toen hij in de eerste week door een valpartij op de kasseien in een verkeerde groep terecht kwam en belangrijke tijd verloor op Andy Schleck werd geschreven dat hij dat in de eerste bergrit wel ‘even’ recht zou zetten. Maar in de bergen bleek dat Schleck volledig aan Contador gewaagd was. Eenmaal wist Schleck zelfs tien seconden op Contador te winnen en een andere dag, na een aanval van Contador, gingen er weer tien seconden van de voorsprong af. Er kwam een incident met materiaalpech aan te pas om Contador de ge­le trui te bezorgen en dat zorgde ervoor dat de sympathie van het grote publiek bij Schleck kwam te liggen.
 
Niemand had het er nog over dat Contador op Schleck en anderen had gewacht toen die in de eerste dagen gevallen waren, nee, men achtte het onterecht dat hij had aangevallen terwijl Schleck de ketting van zijn fiets trapte en zo zijn achterstand goedmaakte. De laatste Pyreneeënrit maakte wel veel goed: de twee titanen lieten zien dat niemand anders bij hen in de buurt kon komen als er een hoge berg beklommen moest worden. Schleck viel aan maar kon Contador niet afschudden, Contador viel aan maar zag dat Schleck geen terrein prijs gaf. Gezamenlijk ging het toen op de fi­nish af en met de gele trui én het kettingincident in het achterhoofd liet Contador Schleck de etappe winnen.
 
De jonge Luxemburger was echter nog niet verslagen. Acht seconden verschil is niets, zelfs al is Contador normaal een betere tijdrij­der dan Schleck. De Luxemburger ging als een speer van start en had op het eerste punt zes seconden goedgemaakt. Contador had last van maagproblemen en kreeg al snel door dat hij nog maar twee se­conden speling had. Even dacht hij ‘dat alles verloren was’. Toen begon hij te fietsen alsof zijn leven ervan af­hing. Hoewel hij op het tweede meetpunt al vijf­tien seconden sneller was, bleef zijn ploegleider in zijn oor roepen dat het verschil maar twee seconden was en Contador trapte door als een be­ze­tene. Hij zag zelfs de finishlijn niet en sprintte eroverheen alsof hij nog door moest naar Parijs. Uiteindelijk had hij 39 se­conden over en toen tot hem doordrong dat de Tour­winst hem niet meer kon ontgaan, kwam alle spanning van weken er uit. De derde Tour­winst werd daardoor de mooiste tot nu toe.
 
Tegenslagen kunnen een sporter ten gronde richten of sterker maken. Bij Contador is dui­delijk het tweede het geval, dat bewees hij de afgelopen week en dat bewees hij al eerder. Contador heeft zijn succes dan ook niet be­paald cadeau gekregen.

 


 
Alberto Contador werd op 6 december 1982 in Madrid geboren. Korte tijd later verhuisde het gezin naar het dorpje Pinto. Alberto was de derde van vier broers en het was zijn oudste broer die hem stimuleerde om te gaan fietsen. Al snel bleek dat hij vooral bergop heel goed was en zijn teamgenoten gaven hem de bijnaam ‘Pantani’. Alberto kwam uit een eenvou­dig gezin waar alle aandacht uitging naar zijn jongste broer, die een aangeboren hersen­af­wijking heeft en 24 uur per dag hulp en verzor­ging behoeft.
 
Toch zagen zijn ouders en oudere broers ook kans Alberto te steunen toen bleek dat deze wel degelijk een bijzonder talent had. Op zijn zeventiende won hij zijn eerste jeugdwedstrijden en op zijn twintigste werd hij Spaanse kampioen tijdrijden bij de jongeren. In 2003 kreeg hij een profcontract aangeboden bij ONCE en in dat eerste jaar bij de profs won hij een tijdrit in de Ronde van Polen en werd hij vierde in de Ronde van Castilla y León.
 
Er leek een prachtige wielertoekomst voor hem weggelegd tot op een dag in 2004 alles veranderde. Tijdens een etappe in de Ronde van Asturië kreeg Contador plotseling stuiptrekkingen en hij viel van zijn fiets. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen en behandeld. Kort daarop gebeurde echter hetzelfde tijdens een trainingsrit. Weer werd Contador opgeno­men en uiteindelijk werd een aangeboren af­wijking van de bloedvaten in de hersenen ge­constateerd. Na een operatie en een lange herstelperiode kon Contador in 2005 weer aan fietsen gaan denken. Maan­denlang trainde hij hard om weer op zijn oude niveau te komen. Zelf ziet hij de eerste overwinning die hij na zijn ope­ratie behaalde, in de ronde van Austra­lië in 2005, als de mooiste overwinning van zijn leven. Daar kunnen zelfs de drie Tour­winsten niet aan tippen.
 
Contador’s naam werd enigszins bezoedeld toen zijn naam genoemd wordt in de beruchte dopingzaak ‘Operación Puerto’. Al snel bleek echter dat Contador zelf niets te maken had met de dopingpraktijken maar dat hij als getui­ge werd opgeroepen omdat zijn ploegleider en de arts Eufemanio Fuentes wel betrokken zijn. Fuentes zou in de rechtszaak verklaren dat Contador nooit bij hem was geweest voor do­ping.
 
Doping speelde ook een rol bij zijn eerste Tourwinst in 2007. Het was Contador’s tweede Tour (in 2005 was hij 31e geworden bij zijn debuut) en drie dagen voor het einde stond hij tweede in het klassement. Rabobank-renner Rasmussen, die aan de leiding ging, werd ech­ter uit de Tour gezet wegens verdenking van doping-gebruik en zo kreeg Contador de gele trui om de schouders.
 
De kans om op eigen kracht te winnen werd hem in 2008 ontnomen. Contador reed inmiddels voor de ploeg Astana en die ploeg werd in 2008 uitgesloten van Tourdeelname we­gens dopingproblemen in 2007. Contador be­wees zijn stijgende niveau echter met winst in de Giro de Italia én de Vuelta de España. Daarmee werd hij één van de weinige wielrenners die alle drie de grote ronden won.
 
2008 bracht eindelijk die gewenste échte Tour­winst. Hoewel Contador gedurende drie we­ken moest strijden tegen alles en iedereen, omdat de meeste van zijn teamgenoten op de hand waren van medekopman Lance Armstrong, was hij met afstand de beste. De ti­mi­de en gesloten Contador was in het mediaspel weliswaar geen partij voor de geboren leider Armstrong maar op de weg gaf hij iedereen het nakijken.
 
In de editie van 2010 ging het geheel anders. Met een ploeg die honderd procent voor hem werkte en vocht, wist hij na drie weken knok­ken als winnaar in Parijs aan te komen. Een overwinning die vooraf door iedereen ver­wacht werd maar die in de praktijk één van de moeilijkste uit zijn loopbaan werd. Zodat de tranen op het podium in Pauillac heel goed te begrijpen zijn.
 
Contador weet echter dat de Tour van 2011 opnieuw een lastige zal zijn omdat hij de te kloppen man is. Maar de man uit Pinto hoeft alleen maar even terug te denken aan de gebeurtenissen uit 2004 en dat sterkt hem al­tijd om door te gaan en alles te geven, net zoals hij dat zaterdag in de tijdrit deed.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.

 


De Week in Spanje 2010

De Week in Spanje 2009