De Week
Het meest gelezen Nederlandstalige weekblad van Spanje!
MenuKlein maar fijn: bijzondere ontmoetingen – 24

Zoals vrijwel elke maand beschrijf ik in de rubriek ‘Klein maar fijn’ waarnemingen of gebeurtenissen uit mijn dagelijks leven. Dit kunnen planten, dieren of dingen zijn die ik in mijn omgeving opmerk maar ook gebeurtenissen, of iets dat ik gelezen of gezien heb.
Wandelende tak
Deze week zat er een wandelende tak op ons terras. Ik zie die bijzondere insecten wel een enkel keertje maar toch niet vaak, want ze zitten overdag vaak verstopt in planten en hebben een erg goede camouflage, zodat ze niet opvallen. Maar deze was aan de wandel over ons terras. Toen één van mijn honden aan het insect rook, verplaatste het zich snel naar een geranium en was het weer vrijwel onzichtbaar.De wandelende tak of, in het Spaans, insecto palo, is er in heel veel soorten en maten. Er zijn zelfs soorten die wel vijftig centimeter lang kunnen worden. In Europa komen relatief weinig inheemse soorten voor, zeventien om precies te zijn. Ook zijn er nog enkele geïntroduceerde soorten. Deze leven alle in de wat warmere delen van Europa en dus niet in Nederland of België. In Spanje leven dertien soorten.De Latijnse naam van de familie waartoe de wandelende takken behoren is Phasmida. Dit woord zou een Latijnse vervorming van het Griekse woord Phasma zijn, dat ‘spookverschijning’ betekent. Dat is een mooie naam voor een insect dat het zich onzichtbaar maken tot een kunst verheven heeft. Er zijn soorten die precies op bladeren lijken en andere die de kleur aan kunnen nemen van hun achtergrond.De verschillende soorten wandelende takken lijken erg op elkaar en zijn dus niet gemakkelijk uit elkaar te houden. En zelfs Google Lens geeft wel tien verschillende namen als ik de foto die ik deze week van ‘mijn’ wandelende tak maakte door dit normaal zo nuttige programma laat beoordelen. Maar of het nu een Leptynia, een Clonopsis gallica of toch een tot de familie van sprinkhanen behorende maar meer op een wandelende tak lijkende Tetanorhynchini is, een feit is dat het een bijzondere schepping van de natuur is, een vrijwel onzichtbaar diertje van ongeveer 8 cm dat zich te goed doet aan bladeren van planten en vooral in het donker op pad gaat.
De torens van de kathedraal
Vorige week waren we over de kustsnelweg op weg naar Xàbia. Het was al enige maanden geleden dat we hier geweest waren en ter hoogte van Benissa viel me meteen op dat de ‘Catedral de la Marina’, de parrochiekerk van Benissa, puntige torens heeft gekregen. De torens van die opvallende kerk waren altijd al enigszins te zien vanaf de snelweg maar nu ze een stukje hoger zijn geworden, valt het meer op.
Het plaatsen van twee puntige spitsen op de stompe vierkante torens van de kerk was voor de inwoners van Benissa eind april een spectaculair moment. De nieuwe gedeelten zijn zeventien meter hoog en wegen zes ton per stuk dus er moest een flink takelmechanisme aan te pas komen om de torens op hun plek te zetten. Tientallen inwoners stonden vol ontzag te kijken hoe de torens naar boven gehesen werden en precies op hun plaats terecht kwamen.Sommige mensen vroegen zich echter af waarom op een oud gebouw deze nieuwe torenspitsen geplaatst werden. Maar dat heeft een goede reden. Ten eerste, de Iglesia de la Purísima Concepción, zoals de parrochiekerk van Benissa voluit heet, is helemaal niet zo oud. Aan de bouw van de kolossale kerk werd aan het begin van de twintigste eeuw begonnen en de bouw werd in 1929 in gebruik genomen. Maar op de orginele bouwtekeningen van architect Vicente Pascual waren de torens van de kerk getooid met zogenaamde pinakels, een spits uiteinde van een toren. In werkelijkheid waren die pinakels nooit toegevoegd en enkele jaren geleden ontstonden er plannen om die toevoeging te realiseren en zo tegemoet te komen aan het oorspronkelijke ontwerp.De pinakels die twee weken geleden naar boven gehesen werden, zijn van hout dat met zinken platen bedekt is. Het is de bedoeling dat ze glanzen als het zonlicht erop schijnt. Maar de klus is hiermee nog niet af. Op de spitsen moeten in de nabije toekomst twee achtpuntige sterren worden geplaatst. Als ook dat klaar is, verdient de kerk nog meer de bijnaam ‘Catedral de la Marina’, hoewel de naam kathedraal alleen gegeven mag worden aan een kerk waar een bisschop zijn zetel heeft. Maar dat mag de pret in Benissa niet drukken, hier is men trots op deze grootste kerk uit de verre omgeving.
Vogelvreugde
Voor mensen die de ‘Spanje’-rubriek al enige tijd lezen, zal het geen nieuws zijn dat ik altijd geniet van de vogels die er in onze tuin voorkomen. In de lente beginnen de kleine zwartkoppen weer aan het bouwen van hun nestjes in de cypressenheg, de zwarte en de gekraagde roodstaart strijken regelmatig neer op de takken van de vijgenboom op ons terras en de brutale kuifkoekoeken laten zich wegjagen door de nog brutalere eksters. De hop zit regelmatig te pikken in het grasveld en elke namiddag vliegt een paartje raven luid krassend hoog over ons huis om terug te keren naar de berg Cabeçó d’Or.Zo af en toe hoor ik in april en mei een hoog roepend geluid en omdat ik weet welke vogels dat geluid maken, loop ik snel naar buiten om naar de lucht te kijken.?En ja hoor, daar zijn ze weer: een groep kleurige bijeneters die door de lucht dartelt en een enkele keer zelfs op de telefoonkabel die door de achtertuin loopt, gaat zitten.In de vooravond hoor ik het gierende geluid van de snel vliegende gierzwaluwen, die in april weer in Spanje aangekomen zijn. En als het donker wordt het schelle geschreeuw van de steenuil en de hoge roep van de dwergooruil. Een paar sukkels van musjes maakt hun nest elk jaar in de dakgoot van ons huis. Ze hebben dit jaar geluk dat het nauwelijks regent want vorig voorjaar spoelde hun nest tweemaal weg.Een relatief nieuwe gast is de kuifmees, een leuk vogeltje dat ik natuurlijk al wel kende uit?Nederland maar dat ik hier nog nooit gezien had. In de lente van 2023 besloten twee kuifmeesjes voor het eerst te gaan nestelen in één van de twee grote palmbomen die achter ons huis staan. Dat vonden we wel een goed idee want de kuifmezen voeden zich met rupsen en larven en mocht er dus een rups of larf van de palmmot of de rode palmkever zijn ontsnapt aan de laatste behandeling, dan worden die opgepeuzeld door deze bedrijvige vogeltjes. De kuifmees heet in het Spaans herrerillo capuchino, waarbij capuchino verwijst naar de kuif die het diertje heeft en herrerillo zoiets betekent als ‘kleine smid’. Want het geluid dat het vogeltje maakt, is een snel herhalend tikken, zoals een smid die op zijn aambeeld slaat. Ook deze lente hoor ik dat geluid weer regelmatig en er wordt af en aan gevlogen naar de palmen. Wat fijn om te zien!Bea Lutje Schipholt
.