Wilt u reageren, stuur dan even een email naar info@deweek.net

Ondergang


 
In december van het vorig jaar werd de zogenaamde Ley Celaá (de Wet Celaá), zo geheten naar de Spaanse Minister van Onderwijs, Isabel Celaá, goedgekeurd.
 
Deze wet is bepaald niet onomstreden. Dat is ook niet verwonderlijk als u diverse niet wetenschappelijke, maar wel ideologische maatregelen leest. Maar Frederick gaat hier alleen maar in op één aspect van deze wet.
 
Spanje is één van de landen van de E.U. dat het meeste geld uitgeeft aan onderwijs. Tegelijkertijd zijn de studieresultaten het slechtst. Van de leerlingen van vijftien jaar is 31% wel eens blijven zitten. Dat is het dubbele van de E.U.Deze zittenblijvers kosten het Ministerie van Onderwijs jaarlijks 3.3 miljard euro.Het is zelfs zo dat een kwart van leerlingen van het ESO (verplichte laagste niveau middelbare school) het diploma niet haalt.
 
Hoe dit op te lossen. Wat onderwijzend personeel betreft werd de volgende oplossing gekozen.Leerkrachten die een “duidelijk gebrek aan geschiktheid als docent dan wel een overduidelijk gebrek aan toewijding tonen” worden verwijderd en worden taken gegeven waarbij zij geen direct contact met de leerlingen hebben.Of wel de dompies en de sloompies gaan naar de huisdrukkerij.
 
Wat het meest zorgwekkende (of beter: lachwekkende) aan de Wet Celaá is, is hoe ze de studieresultaten wil verbeteren. Als socialistische minister dient het onderwijs natuurlijk aangepast te worden aan de socialistische, progressieve ideologie.De wet komt hier op neer dat leerlingen, die niet geslaagd zijn voor alle vakken toch een diploma krijgen.
 
Juanito heeft hard gestudeerd, is voor alle vakken geslaagd en heeft zijn diploma gehaald. Maria, lui en ongemotiveerd, hormonen op turbo, heeft voor de helft van alle vakken een onvoldoende gehaald. Maar Maria krijgt een aai over haar bolletje, klapje voor ’t kontje en …. en hetzelfde diploma als Juanito.
 

In een toespraak, die de oppositie en menig deskundige de tenen krom in de schoenen deed staan, beklaagde mevrouw Celaá zich erover dat in de Spaanse cultuur “falen bestraft wordt”. Wat mevrouw Celaá kennelijk ontgaan is, is dat in alle culturen geldt dat onze kennis overgedragen wordt aan de volgende generatie. En in die culturen wordt kennis en kunde beloond en heeft mislukken consequenties, wordt mislukken “bestraft”. Wie niet genoeg geleerd heeft wordt geen advocaat, dokter, ingenieur of architect. Punt uit.


 
Dus enerzijds wordt de kwaliteit van het onderwijzend personeel verhoogd en de eisen worden verlaagd naar het niveau van de dombo’s. Ofwel gemotiveerd personeel gaat het ongemotiveerde zootje les geven.
 
En zo’n kneus gaat naar de universiteit. De universiteit waar aio’s, lectoren en hoogleraren zich beklagen over het bedroevende niveau van spelling van de studenten, laat staan het intellectuele niveau.
 
Toch is het allemaal niet zo verwonderlijk als je weet dat Celaá’s baas, premier Pedro Sanchez, zijn doctorstitel kreeg, ondanks dat aantoonbaar 21% van zijn proefschrift uit plagiaat bestond. Vandaar de bijnaam Doctor cum fraude, zoals een bekende Spaanse columnist hem beschreef.
 
De Wet Celaá. Van onderwijs naar ondergang.
 
Frederick Fluweel
 

De Pijler


 
Frederick leest veel en graag. Bij voorkeur thrillers met een verrassende dan wel geniale plot. De beste plot ooit, na toch enige duizenden boeken te hebben gelezen is voor Frederick “The Day of the Jackal” van Frederick Forsyte. En toch heeft Frederick mogen constateren dat de werkelijkheid altijd de fantasie overtreft. In dit geval hoe een klein foutje enorme gevolgen kan hebben.
 
In Rosa’s Cafe, gezellig borrelen, waar je heerlijk kunt eten en met de lekkerste boterkoek van het heelal en omstreken, tekende Frederick, vanzelfsprekend uit anonieme bron, het volgende verhaal op.
 
Bert heeft een middelgrote drukkerij in een behoorlijk christelijke provinciestad. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen, die alle drie naar de lokale school met de Bijbel gaan. Ook sociaal doet Bert het goed. Hij is lid van de vrijwillige brandweer, lid van het kerkelijk bestuur, secretaris van de golfclub en bestuurslid van de ondernemersvereniging. Kortom Bert is een pijler van de gemeenschap.
 
Cor is een aardige, vriendelijke jongen van net in de twintig, geen studiebol en behept met de nodige gezondheidsproblemen. Cor is werknemer in Berts drukkerij.
 
Het Covidvirus heeft natuurlijk ook zijn uitwerking gehad op Berts bedrijf. Geen feesten, partijen, congressen, concerten, trouwerijen etc. Dus weinig drukwerk. Bert zag zich dus genoodzaakt om mensen te ontslaan, waaronder Cor. Cor was daar niet blij mee, maar verwachtte toch tenminste een goede afvloeiingsregeling.
 
Dat werd dus een teleurstelling. Bert riep Cor bij zich en legde uit dat het moeilijke tijden waren, waarin we allemaal in moeten leveren. Enfin, de gewoonlijke gemeenplaatsen en eufemismen. Bert had ongeveer berekend wat Cor zou moeten krijgen, maar achtte het redelijk dat ook hij iets inleverde. Bert stelde voor om de dagen die Cor wegens ziekte afwezig was geweest en de tijd dat het bedrijf stil lag door het virus afgetrokken zou worden van het Cor toekomende bedrag.Cor schrok daarvan en vroeg enige dagen om hierover na te denken.
 
Terwijl Cor zijn privé spullen aan het inpakken is komt Bert hem zijn mobieltje teruggeven. Er was namelijk een regeling dat alle werknemers een mobieltje van de zaak kregen, maar dan hun privé mobieltje in moesten leveren. Men vond dat vreemd, maar het argument van gratis bellen gaf de doorslag.
 
Cor gaat naar huis en thuis gekomen zet hij het mobieltje aan. En schrikt zich rot. Foto’s en video van een meneer, driftig aan de seksuele slag met zeker vijftien verschillende vrouwen. En hoewel die meneer opereerde onder de namen Björn en Renato, was er geen misverstand mogelijk. Onze pijler van de gemeenschap. In dit geval echter van de seksuele gemeenschap. Bert de Bosneuker.
 
Dan komt de dag van het vervolggesprek. Bert raakt geïrriteerd door Cors gedrag en begint te dreigen met “maatregelen” als Cor niet accepteert. Frederick heeft al eerder geconstateerd, dat bij christelijke bedrijfsleiders het “practice what you preach” weleens in het geding komt als het niet strookt met hun eigen belangen.
 
Op enig moment onderbreekt Cor Bert en vraagt hem:“wanneer krijg ik mijn telefoon terug?”Bert kijkt verbaasd en zegt “die heb ik je toch al teruggeven”.“Nee” zegt Bert, “die was niet van mij.”“Oh nee, van wie was hij dan?”“Van ene Renato”Stilte. Oorverdovende stilte.Wordt vervolgd. Vermoedt Frederick.
 
Frederick Fluweel