Spanje

Klein maar fijn: bijzondere ontmoetingen

In deze nieuwe rubriek beschrijf ik bijzondere kleine waarnemingen uit mijn dagelijks leven: een zeldzame vogel tijdens een fietstocht, een bijzondere bloem aan de kant van de weg, een gebouw met een curieuze geschiedenis of een raar insect in de tuin.Glimwormen

Vaak loop ik ‘s avonds laat nog even een rondje door de tuin, om te genieten van de stilte en de sterrenhemel. Vorige week zag ik op de stenen van het terras een klein groen lichtje dat van grote afstand waar te nemen viel. Ik had deze lichtjes ook in de afgelopen jaren af en toe in de tuin gezien maar alleen in het voorjaar. Het licht wordt geproduceerd door een insect met de Latijnse naam Lampyri­dae en dat in het Spaans luciérnaga wordt genoemd. In het Nederlands noemen we deze beestjes vaak vuurvliegjes of glimwormen maar in werkelijkheid is het een soort kever. Lampyri­dae zijn er in wel tweeduizend variaties en er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt. Er zijn er met vleugels en er zijn er die kruipen maar ze hebben alle gemeen dat ze licht kunnen produceren. Dit heet, met een moeilijke naam, bioluminescentie. De beestjes hebben speciale organen in hun achterlijf die in staat zijn tot een biochemische reactie. Er zijn cellen die licht produceren en andere die het licht naar buiten reflecteren. Het licht is meestal geelgroen maar er zijn ook soorten die rood licht produceren. De glimwormen in mijn tuin produceren felgroen licht. Lam­pyri­dae maken licht om elkaar te vinden en te lokken als ze willen voortplanten. Maar ook de larves kunnen vaak al licht maken, zij houden op die manier vijanden op afstand. Het is een bijzonder beestje en ik vind het elke keer weer een klein wonder als ik er een zie. Als ik te dichtbij kom, gaat het lichtje uit maar als ik dan weer wegloop, gaat het na een seconde of tien weer aan. Afgelopen week maakte ik twee foto’s met mijn telefoon: eentje mét en eentje zonder flits, zodat ik het beestje dat het licht maakte, kon waarnemen. Want hoewel ik het lichtje vaak di­verse avonden achter elkaar op dezelfde plek zie, kan ik het insekt overdag nooit vinden. Het resultaat vindt u hierbij.Zwarte ibisTijdens een fietstocht eerder deze maand door het natuurgebied Marjal, tussen Pego en Oliva zagen we tussen een grote groep reigers opeens een groepje donkere vogels vliegen. Maar waar de reigers - kleine zilverrreigers en koereigers - iets verderop in een boom gingen zitten en niet erg schuchter waren, verborgen de donkere vogels zich in het riet. Heel voorzichtig slopen we naderbij en uiteindelijk lukte het ons om tussen het riet door twee exemplaren te ontwaren, die door het stilstaande water liepen. Aan de gebogen snavel kon ik duidelijk zien dat het ibissen waren, de vogel die je vaak in een kleurige versie in een dierentuin kunt aantreffen. De zwarte ibis komt, als enige van zijn soort, in het wild in Europa voor, al is dat alleen in warmere, waterrijke streken in de buurt van de kust. Ze komt ook voor in Afrika, Amerika, Azië en Australië.De Latijnse naam voor deze vogelsoort is Plegadis falcinellus en in het Spaans wordt ze morito común genoemd, een naam die niet echt toepasselijk is. ‘Morito’ wijst op zwart, net als bij het Nederlandse ‘zwarte ibis’. Maar hoewel de vogel op het eerste gezicht zwart lijkt, heeft ze in werkelijkheid een prachtig verenkleed, met groene en bruine tinten. De jongere exemplaren zijn lichter dan de volwassen vogels. Ook is deze vogel niet ‘común’ (ge­woon). Ze komt maar in een paar waterrijke gebieden in de zuidelijke helft van Spanje voor en er waren tijden dat ze alleen op doortocht gesignaleerd werd. Sinds de jaren negentig broedt de zwarte ibis weer in de provincie Alicante, in natuurpark El Hondo nabij Elche en de zoutmeren van Santa Pola. En soms in de Marjal. Voor mij was het een bijzondere waarneming: we konden gedurende meer dan tien minuten observeren hoe de twee sierlijke vogels door het water waadden en met hun kenmerkende, kromme snavels voedsel uit het water opvisten.De zwarte ibis is ongeveer even groot als de kleine zilverreiger: 55 cm. Maar als ze vliegt, hebben de vleugels een spanwijdte van bijna een meter en dat valt wel op, als je ze vlak voor je ziet opvliegen. Toch zullen de meest bezoekers aan de Marjal niet veel meer dan reigers, aalscholvers en eendensoorten zien, want de zwarte ibis heeft daar een heel grote oppervlakte watergebied waar geen wandelaar of fietser in de buurt kan komen.Cistanche luteaMijn man en ik proberen, als het weer en de omstandigheden het toelaten, elk weekend een excursie te maken. Een stad bezoeken, een stuk wandelen of de fietsen in de Volkswagenbus laden om naar een fraai plekje te rijden en daar een fietstocht te maken. Een deel van onze uitstapjes resulteert uiteindelijk in een artikel in deze krant, omdat ik de mooie dingen die ik ontdek graag deel met andere Spanjeliefhebbers. De Via Verde van Agost in de richting van de Maigmó had ik jaren geleden al eens op deze pagina beschreven. Het is een fijne tocht met een lichte stijging, die door een spectaculair landschap leidt.?De vorige keer dat ik deze route zelf deed, was het najaar en er bloeide niet veel. Maar dat is in deze tijd van het jaar heel anders.?Groot was dan ook onze verrassing toen we laatst, tijdens een nieuwe fietstocht over de Via Verde, tientallen opmerkelijke gele bloemen zagen staan langs de kant van het pad. Vooral in de eerste twee kilometer net buiten de plaats Agost stonden er veel. Ik stopte om foto’s te maken en zag dat de plant alleen uit één steel met dichte gele bloemen bestond. Er waren geen groene blaadjes en de bloemen leken direct uit de grond te komen. Eenmaal thuis ging ik met behulp van de foto’s en Google op zoek en het resultaat was een Latijnse naam: Cistanche phelypaea, ondersoort lutea. In het Spaans wordt de plant ‘rabo de cordero’ (schapenstaart) genoemd, een Nederlandse naam heb ik niet kunnen vinden.Het gaat om een bijzonder verschijnsel: de plant is eigenlijk een parasiet en ze maakt zelf geen chlorofyl aan. In het vroege voorjaar groeit een steel recht de grond uit, die kan wel een halve meter hoog worden. De wortels van de plant zoeken wortels van een nabije andere plant en voeden zich met de voedingsstoffen die die plant uit het zonlicht haalt. Aan de steel komen vlezige klokvormige bloemen, die vaak geel zijn maar ook in oranje en grijs voorkomen. De bloemen zijn hermafrodiet en aan de steel verschijnen vervolgens eivormige vruchten met heel veel zaadjes zodat één bloem het jaar erop tot veel meer bloemen kan leiden. De bloemen bloeien vooral in maart en april zodat u ze nog ...
+