Spanje

Torrevieja 1829: de dag dat de aarde schudde

In de plaatsen Torrevieja en Almoradí wordt er deze week bij stil gestaan dat het op 21 maart precies 190 jaar geleden is dat de grootste aardbeving uit de recente geschiedenis in de provincie Alicante plaatsvond. Op die datum in 1829 schudde de aarde met een zodanige kracht dat duizenden huizen onbewoonbaar werden en 389 mensen om het leven kwamen.We horen op het internationale nieuws regelmatig over aardbevingen die gebouwen doen instorten of levens kosten. Meestal zijn dat echter gebeurtenissen die in verre landen plaatsvinden en die ­daarom niet echt doordringen. Maar er was een tijd, minder dan twee eeuwen geleden, dat de provincie Alicante te lijden had onder een een periode van aardbevingen.

Seismografen wisten aan begin van de negentiende eeuw al lang dat de bodem in het zuiden van de provincie Alicante doorkruist werd door drie breuklijnen: eentje tussen Benejúzar en Benijófar, eentje in Guardamar del?Segura en eentje in Torre­vieja. Door de aanwezigheid van die lijnen kwamen er in deze regio regelmatig lichte bevingen voor en soms zelfs wat zwaardere. Door veel werking in de aardbodem vond er in september 1828 een wat zwaar­dere beving plaats en in de maanden die volgden herhaalden de bevingen zich met enige regelmaat. Je zou dus denken dat de mensen voorbereid waren maar toch kwam de beving van zaterdag 21 maart 1829 als een onverwachte schok.Om 18.15 uur in de namiddag begon de grond in het hele zuidoosten van de provincie Alicante te trillen. Het epicentrum lag tussen Benijófar, Rojales en?Torrevieja en de beving had een kracht van 6,6 op de toen gehanteerde seismische schaal (te vergelijken met die van Richter). Woningen zakten als kaartenhuizen in elkaar, bruggen en molens stortten in en vele mensen raakten onder het puin bedolven. De helft van het aantal dodelijke slachtoffers, namelijk 192, viel in Almoradí. In die plaats, met zijn smalle straatjes en relatief hoge en wankel gebouwde huizen, bleef vrijwel geen enkel gebouw recht overeind staan en bijna alle overlevenden werden dakloos en raakten het grootste deel van hun bezittingen kwijt. Ook in Torrevieja vielen meer dan honderd slachtoffers. In deze plaats werd een groot deel van de gebouwen weggevaagd. In Guardamar en Bene­júzar was de situatie niet zo heel veel beter.De schade verspreidde zich over een groot gebied: vier bruggen over de Segura zakten in elkaar en plaatsen als Rafal, Algorfa, Dolores, Redován, San Ful­gencio en San Miguel de Salinas kregen te maken met zowel materiële schade als dodelijke slachtoffers en honderden gewonden.De katholieke kerk kwam de zwaar getroffen streek te hulp. Bisschop Félix Herrero uit Orihuela stuurde een verzoek om hulp naar koning Felipe VII. De Spaanse vorst toonde zich aangedaan en hij liet een la­ding graan sturen naar de bevolking. Van de tientallen olie- en graanmolens die in deze streek stonden, had bijna geen een de aardbeving overleefd.Ook zond de koning anderhalf miljoen realen - de toenmalige Spaanse munteenheid - uit zijn persoonlijke kas om te helpen bij de eerste behoeften en reparaties. Er werd bovendien een landelijke inzamelingsactie opgestart voor de wederopbouw van de beschadigde plaatsen. Via deze actie werd een bedrag van ruim acht miljoen realen ingezameld en het bleek genoeg om in de eerstkomende drie jaar de plaatsen Almo­radí, Torrevieja, Guardamar en Benijófar weer helemaal op te bouwen.Omdat de schrik er goed in zat, besloot de vermaarde ingenieur en architect José Agustín de Larramendi een stratenplan te ontwerpen dat minder aardbevinggevoelig was. Wie vandaag de dag naar een plattegrond van één van vier meest getroffen plaatsen kijkt, ziet dat het ’oude’ centrum bestaat uit kaarsrechte straten en dat deze straten breder zijn dan gewoonlijk. Ook de huizen die vanaf 1829 in andere plaatsen in deze regio werden gebouwd, werden aardbevingbestendiger: een betere fundering, breder en minder hoog en met steviger balken in het plafond. Ook de nieuwe bruggen werden steviger gebouwd.Omdat voor het nieuwe bouwplan terreinen moesten worden aangekocht en documenten moesten worden opgesteld, duurde het tot 1832 voor de meeste mensen opnieuw een werkelijk dak boven hun hoofd hadden. Tot die tijd leefden ze in in haast opgetrokken barakken, tenten en hutten. Ook de kerk van Almoradí, die he­lemaal vernield werd tijdens de aardbeving, werd opnieuw gebouwd, met alleen enkele elementen die uit de ruïnes van het oude gebouw konden worden gered.Van de huizen van Larramendi, die nu beschouwd worden als het eerste geval van sociale woningbouw in de Spanje, zijn er nog een paar over. De gemeente Almoradí kocht er in januari eentje aan. Dit pand is nog in de originele staat, met een aarden vloer, dennenhouten balken en rieten plafonds. De gemeente hoopt hier in de toekomst een museum over de aardbeving van te maken want op dit moment is er ‘weinig dat aan de grote aardbeving herinnert’.In de 190 jaar na de ‘aardbeving van Torre­vieja’, zoals de beving wordt genoemd, is er nooit meer een aardbeving in het zuiden van de provincie Alicante geweest die qua sterkte en qua schade in de buurt kwam. Wel schudt de aarde nog regelmatig: bevingen met een kracht van 2 of 2,5 komen een paar keer per jaar voor. En de beving van 3,6 in het jaar 2008 maakte de mensen even flink aan het schrikken. Want iedereen van de oorspronkelijke bewoners van Torrevieja of?Almoradí heeft wel een voorvader die in 1829 om het leven kwam en/of zijn huis kwijtraakte. Het herdenken van een dergelijke gebeurtenis blijft dan ook belangrijk.Praktische informatieDe gemeente Torrevieja organiseert diver­se activiteiten om de aardbeving te herdenken. Op 21 en 22 maart zijn er lezingen, om 20.00 uur in het Palacio de la Música. En op 23 en 24 maart theater-rondleidingen onder de titel ‘1829, Torre­vieja Tiembla’. Tijdens een route van twee uur spelen acteurs historische personen na en laat men de gebeurtenissen van 21 maart 1829 herleven. Voor deze routes, die om 11.00 uur ...
+