Spanje

Klein maar fijn: lenteflora in de Spaanse bergen

Hoewel er grote delen van de provincie Alicante ook dit voorjaar tot op heden maar weinig regen is gevallen, waren de buien van maart en de daaropvolgende warme periode genoeg om ervoor te zorgen dat op elk braakliggend stukje land, langs elke weg en overal in de natuur ontelbare planten de grond uit kwamen. Ze zijn misschien niet zo groot of opvallend maar als u een beetje oplet kunt u vele tientallen prachtige plantensoorten ontwaren. Ik bespreek er hier een aantal.Een plant waar de bermen van zowel wegen als bergpaden momenteel helemaal vol mee staan is de ganzenbloem (Glebionis segetum of Chrysanthemum segetum). Deze vro­lijke bloem is er in twee kleuren, helemaal geel en geel met wit. Ze lijkt nog het meest op een gele margriet. Net zoals de meeste wilde bloemen is dit een eenjarige plant die in de lente op braakliggende terreinen plotseling in groten getale verschijnt. De plant komt vooral voor in de kustprovincies van Spanje en ze bloeit van april tot juni. De gele ganzenbloem komt overigens ook voor in de Benelux.

Een opvallende bloem in het berg­ach­tige binnenland is de mediterrane strobloem (heli­chrysum stoechas), die vanaf eind maart en tot juli bloeit. De grijsgroene plant, die in het Spaans perpétua silvestre heet, is gevormd als een lage bos en aan het uiteinde van elke tak bevindt zich een tros knalgele stroachtige bloemetjes. Ze komt in het hele Middellandse zeegebied voor, op rotsige, zonnige en droge plaatsen. De plant verspreidt een krui­dige geur en wordt ook wel eens valse kamille genoemd, hoewel er meer planten zijn met die bijnaam. In het verleden werd ze geplukt om er thee van te trekken, die koortsverlagend zou werken. Tegenwoor­dig wordt ze vaak gedroogd in bloemstukken verwerkt. Ook geel zijn paardenbloemachtige planten zoals de varkenssla (Hyoseris radiata), die - zoals de naam al zegt - als veevoer gebruikt wordt - en de tolpis barbata met zijn fraaie donkerbruine hartje.Een bloemenfamilie die begin april begint te bloeien en die menig berglandschap opfleurt is het zonneroosje, dat er in meerdere kleu­ren is. Maar is het vooral de grote roze soort, de Cistus Albidus, die één van de opvallendste verschijningen is in de bergen. De strui­ken zijn ongeveer een meter hoog en meerjarig. Met hun grijsgroene kleur en hun ovale bladeren vormen ze het hele jaar door een mooie begroeiing van de rotsen. Maar in april komen de helder roze bloemen uit, die er met hun gekreukelde bloembladeren uitzien alsof ze net uit de wasmachine ko­men. Naast de roze zonneroos, zijn er ook witte zonneroosjes, zowel in grote als in kleine versies. Zonneroosjes hebben veel zon nodig en ze komen voor in droge gebieden, op kalk- en rotsgrond.Ook roze is de akkerwinde (Convolvulus arvensis) maar behalve de kleur heeft deze plant niets gemeen met de zonneroosjes. De akkerwinde begint begin april te bloeien. De plant heeft dan mooie lichtroze kelken en ze slingert zich als een echte klimplant overal omheen. Ze kruipt over de grond, tegen lage muren en hekken op en het liefst langs stengels van andere planten. Deze eenjarige plant kan wel tot twee meter hoog worden maar sterft in de herfst weer af. Mooi zijn de bladeren, die grijsgroen en pijl­vormig zijn. Hoewel de akkerwinde een mooie plant is en familieleden van deze plant in tuincentra wor­den verkocht, is ze een vloek voor menig akkerbouwer en tuinier. Eenmaal aanwezig is de plant erg moeilijk weg te krijgen. Boven de grond slingert ze zich om andere planten en verstikt die. Onder de grond heeft ze een wijd vertakt wortelstelsel dat gewoon weer bovenkomt als het deel boven de grond is verwijderd. In de vrije natuur hebben we ech­ter geen last van dat ongemak en kunnen we van de mooie roze bloemen ge­nie­ten.Eén van de mooiste planten die momenteel bloeit, is de affodil (Asphodelus aestivus). De naam Aspholdelus komt uit het Grieks en wil zeggen ‘dal van de resten die niet zijn aangetast door het vuur’.?Hiermee verwijst men naar het feit dat deze plant zich onder de grond verspreidt en zelfs na een flinke brand binnen de kortste keren weer begint te groeien en te bloeien. De Grieken zouden de affodil vroeger naast gra­ven heb­ben geplant, zodat de over­ledene zich tegoed kon doen aan de voed­zame onder­delen. De affodil is er in twee versies. De grote versie groeit als een lange toorts, die tot anderhalve meter hoog kan worden en die zijtakken heeft waaraan de bloemen zitten. Deze bloemen zijn wit met zes pun­tige bloemblaadjes waar middenin een bruin­ro­de streep loopt. De andere versie van de plant (Asphodelus tenuifolis) heeft precies dezelfde bloemen maar de bloeivorm is veel kleiner. Ze vertakt al direct op de grond en is minder dan een halve meter hoog. De affodil is oorspronkelijk af­komstig uit Africa maar komt in het hele Middellandse zeegebied voor. Omdat ze zo mooi is, wordt de grote versie van de plant ook wel aangeplant in tuinen. Beide soorten krijgen na de bloei rood­bruine vruchten.Een grappige aanwezigheid in de natuur van de Costa Blanca is de druifhyacint (muscari). In Ne­derland bekend als tuinplant (‘Het blauwe druifje’), hier komt ze vrij in het wild voor. Maar ze is zo klein en blijft zo laag aan de grond dat we haar vaak over het hoofd zien. Maar wie goed oplet, ziet tussen al het groen, geel, roze en wit vaak iets helblauws schitteren en dat is soms een vergeten druif­hyacint (muscari neglectum). Met bloementrosjes die nauwelijks 20 centimeter hoog worden vindt ze het liefst een plek op terrassen met olijvenboomgaarden, in wijngaarden en op akkers. Net als bij de gecultiveerde soort bevindt zich onder grond een bolletje maar door de harde, rotsachtige grond heeft dit bolletje flinke wortels om het plantje op de been te houden.In de ber­gen van de wat vochtiger Marina Al­ta en Bai­xa, is de rode spoorbloem (Cen­tranthus ru­ber) nu aan het uitkomen. Deze plant wordt vaak va­leriaan genoemd maar dat is niet correct. Hoe­wel de oude naam ‘rode valeriaan’ is, maakt ze deel uit van een an­dere familie: de Capri­fo­liaceae-achtigen. De rode spoorbloem is circa zeventig centimeter hoog. De rozerode bloemen zijn klein maar samen vormen ze een dichte tros die opvalt. De rode spoorbloem heeft hoge temperaturen nodig maar ook vrij veel water. De bladeren én de bloemen kunnen gebruikt worden in salades en als men er thee van trekt heeft de rode spoorbloem enigszins hetzelfde effect als de valeriaan: kalmerend en slaapopwekkend.Populair bij zowel kanariebezitters als landbouwers is de zwaardherik (Eruca sativa) die momenteel overal de akkers wit kleurt. De plant heeft een klein wit bloempje en smalle, langwerpige peulen aan de zijkant van de stengel. Deze peulen bevatten zaadjes die erg geliefd zijn bij vogels. Ook zorgen deze planten voor na­tuurlijke bemesting van de akkers en trekken de bloemen bijen ...
+