Spanje

Spaans water is ongelijk verdeeld

Dat Spanje een groot land is met grote te­genstellingen is geen nieuws. Maar op het gebied van regenval en de beschikbaarheid van water is het verschil wel heel groot, zeker dit voorjaar. Waar in de Sierra de Grazalema in Andalusië in de afgelopen maand maart een recordhoeveelheid regen viel en de rivier de Ebro aan de oostkust door gesmolten sneeuw buiten haar oevers trad, viel er in Murcia en het zuiden van de provincie Alicante nauwelijks een druppel regen en zijn de akkerbouwers de wanhoop nabij.Iedereen weet dat het in het noorden en vooral noordwesten van Spanje veel re­gent en in het zuiden en vooral zuidoosten niet. Daarom zoeken drommen toeristen de zuid- en de oostkust van Spanje op om er van de zon te genieten. Maar of het nu door de klimaatsverandering komt of niet, het zuidoosten van Spanje heeft de laatste decennia te maken met steeds langere periodes van droogte en het wordt steeds moeilijker om bewoners, akkerbouwers en toeristen van voldoende drink- en irrigatiewater te voorzien.

Een gebied wat zich helemaal niet houdt aan de hierboven beschreven indeling is de Sierra de Grazalema, waarvan een deel in de provincie Cádiz en een deel in de provincie Málaga ligt. In het uiterste zuiden van Spanje dus. Dit prachtige berggebied met schattige dorpjes is het meest regen­achtige plekje van heel Spanje. Er valt ge­middeld ongeveer 2000 mm water per jaar, een hoeveelheid waar zelfs Galicië en Asturias niet aan kunnen tippen en het achtvoudige van wat in Alicante valt. Maar ondanks het feit dat men in Grazalema dus wel wat gewend is waar het neerslag betreft, was de afgelopen maand maart wel heel extreem: tussen 1 en 31 maart 2018 viel er 1500 mm regen, een hoeveelheid die nog nooit was gemeten in zo’n korte tijd.Hemelsbreed vierhonderd kilometer naar het oosten, in de provincie Murcia, viel in diezelfde maand maart 10 mm, veel te weinig om de toch al geringe waterreserves aan te vullen en om de akkers te bevloeien. De akkerbouwers bleven er tevergeefs naar de hemel staren en zagen tot hun verdriet dat de door de meteorologen voorspelde buien al voor het bereiken van de zuidoostkust van de radar verdwenen.Het zijn contrasten die nauwelijks te bevatten zijn. Voor grote delen van Spanje wa­ren de herfst en de winter van 2017/2018 behoorlijk regenachtig. Waterreserves in de stroomgebieden van bijvoorbeeld de rivieren Taag en Guadalquivir werden aangevuld en de Ebro trad door een combinatie van overvloedige regenval en gesmolten sneeuw op meerdere plaatsen buiten haar oevers. Dit water stroomde met grote hoeveelheden de zee in, een beeld dat voor de akkerbouwers in Murcia en Alicante moeilijk moet zijn geweest om aan te zien.Tegelijkertijd beleefden de provincies Mur­cia, Almería en Alicante hun vijfde achtereenvolgende droge winter.?Er viel veel te weinig regen om de waterreserves aan te vullen en de reserves in de stuwmeren lagen aan het begin van de lente in het zuidoosten op minder dan 30 procent. Ter vergelijking: in het noorden zitten de stuwmeren voor 95 procent vol en over heel Spanje zitten ze gemiddeld voor 68 procent vol. Dat laatste is weliswaar lager dan het langjarig gemiddelde maar dat komt vooral door de lage percentages van de stuwmeren in het zuidoosten.Het voordeel van het feit dat het in het binnenland van Spanje wél geregend heeft, is dat er voor het eerst sinds bijna een jaar water wordt overgeheveld van het stroomgebied van de Taag naar dat van de Segura. Voor een dergelijke overheveling moet het landelijk Ministerie van Land­bouw toestemming geven en ze wordt al­leen uitgevoerd als de Taag zelf genoeg waterreserves heeft. De wateroverheveling wordt uitgevoerd via één van de meest indrukwekkende hydraulische systemen van Spanje.Hoewel de droogte de laatste jaren extreem is, zijn de streken Alicante, Murcia en?Al­mería altijd de gebieden geweest waar de minste neerslag van Spanje viel. Maar juist door het zonnige klimaat is het ook de streek waar veel groenten en fruit worden verbouwd en waar dus water nodig is. Daarom werd al in 1932 een nationaal hi­draulisch plan ge­presenteerd, waarin een wateroverheveling tussen Taag en Segura was opgenomen. De werkzaamheden aan het kanaal tussen beide stroomgebieden begonnen vlak daarna, maar werden ge­staakt toen in 1936 de Spaanse burgeroorlog uitbrak. Pas in 1966 werden ze hervat en in 1979 werd het kanaal in gebruik genomen. Het kanaal is 292 km lang en kan 33m3 per seconde vervoeren.Het idee dat het water beter verdeeld moest worden over Spanje en dat het zuidoosten dus water uit het binnenland zou krijgen als dat nodig was, stamde uit de tijd van de Republiek en werd hervat in de tijd van de dictatuur. Maar toen het klaar was voor ge­bruik, was Spanje inmiddels een koninkrijk dat onderverdeeld was in autonome deelstaten. En die deelstaten lijken niet altijd van plan om een andere deelstaat van een kostbaar goed als drinkwater te voorzien. In 2013 veranderde dan ook de wet van de deelstaat Castilla-La Mancha en daarin werd vastgelegd dat er alleen water zou worden overgeheveld van Taag naar Segura als de waterreserves van de Taag meer dan 400 hm3 waren en liefst zelfs meer dan 600 hm3. Dat had vorig jaar tot gevolg dat er gedurende elf maanden geen water uit het binnenland naar de Segura kwam en dat er in vooral Murcia en het zuiden van Alicante honderden vruchtenbomen dood gingen en oogsten van granen en groenten mislukten.Dit voorjaar werden de waterreserves van de Taag zoals gezegd flink aangevuld en de Segura heeft zowaar 20hm3 gekregen afgelopen week, een hoeveelheid waarmee de akkerbouwers even gered zijn maar niet voor lang. Het is de bedoeling dat in mei en juni nog twee overhevelingen van 20 hm3 volgen en dat de waterreserves van de Taag aan het begin van de zomer opnieuw zullen worden bekeken.De akkerbouwers zouden ook graag een kanaal van Aragón naar het zuiden zien lopen, want de Ebro heeft regelmatig te veel water en dat loopt dus gewoon de zee in. Maar er zijn geen plannen voor een dergelijk kostbaar project. En dus moet men het in het zuidoosten van Spanje doen met die enkele regenbui die valt, met het bouwen van kostbare ontziltingsinstallaties die zeewater omvormen tot drink- en irrigatiewater en met waterzuiveringsinstallaties die afvalwater bruikbaar maken voor irrigatie. Dit water bereikt echter nooit de kwaliteit van regenwater en de gewassen gedijen dus nooit zo goed als ze zouden doen als ze meer goed water tot hun beschikking hadden. We kunnen het zelf waarnemen, die enkele keer dat het eens flink regent ...
+